Niet-dodelijk partnergeweld is bijna symmetrisch
Het dominante beeld is man-slaat-vrouw. De data laat iets anders zien. In Nederland ervaart 9,2% van de vrouwen jaarlijks huiselijk geweld. Van de mannen 7,3%. Dat is geen enorme kloof. En van alle slachtoffers van huiselijk geweld in Nederland is 40% man. Niet 5%. Niet 10%. Vier op de tien.
De oriëntatietest: lesbisch vs. homoseksueel
Als partnergeweld voortkomt uit mannelijke agressie of vrouwenhaat, dan verwacht je het laagste geweld in relaties zonder mannen en het hoogste in relaties zonder vrouwen. De data laat het tegenovergestelde zien. Lesbische vrouwen rapporteren meer partnergeweld dan homoseksuele mannen.
Het Duluth Model stelt dat partnergeweld een instrument is van mannelijke controle over vrouwen. Dit model vormt de basis van veel beleidsreacties, hulpverlening en wetgeving in Nederland en wereldwijd. Maar als dat klopt: waarom hebben relaties zonder mannen hogere geweldscijfers dan relaties zonder vrouwen? De oriëntatiedata is geen kanttekening. Het is een direct empirisch probleem voor de stelling.
De richting van partnergeweld: wie slaat wie?
Het beeld van de agressieve man en het passieve slachtoffer klopt niet met grote gemeenschapssteekproeven. De meerderheid van partnergeweld verloopt over en weer: beide partners plegen geweld. Als het geweld eenzijdig is, plegen vrouwen het vaker op mannen dan omgekeerd.
Wat de cijfers zeggen
57,9% van partnergeweld is wederzijds: beide partners zijn dader en slachtoffer.
Van het eenzijdige geweld is 31,9% vrouw-op-man en slechts 16,2% man-op-vrouw.
Bron: Council on Criminal Justice, brede Amerikaanse gemeenschapssteekproeven.
Het moordverschil: reëel, maar verkeerd geframed
Meer vrouwen dan mannen worden vermoord door hun partner. Dat klopt. Maar dit verschil zegt iets over fysieke kracht, niet over intentie of haat. Wanneer een conflict escaleert naar dodelijk geweld, is de uitkomst sterk afhankelijk van fysieke kracht. Mannen hebben gemiddeld significant meer spiermassa en slagkracht. Die krachtsongelijkheid, niet vrouwenhaat, verklaart de asymmetrie in dodelijke afloop.
De sleutelredenering
Niet-dodelijk partnergeweld is bijna symmetrisch (40% mannelijke slachtoffers in NL).
Lesbische koppels plegen meer geweld dan homoseksuele mannenkoppels.
Wederzijds geweld is de norm, niet de uitzondering.
Als de intentie en agressieneiging vergelijkbaar zijn: wat verklaart dan het hogere aandeel dodelijk geweld op vrouwen?
Niet haat. Fysieke ongelijkheid in spierkracht. Een relatie zonder deze mismatch (homoseksueel mannelijk) heeft
lagere geweldscijfers dan een relatie mét mismatch in andere richting (lesbisch). De data past.
Mannelijke slachtoffers rapporteren nauwelijks
De werkelijke cijfers voor mannelijke slachtoffers liggen waarschijnlijk hoger dan de officiële statistieken. Minder dan 20% van mannelijke slachtoffers van partnergeweld doet aangifte of zoekt hulp. Schaamte, sociale verwachtingen en gebrek aan erkende hulpstructuren zijn de voornaamste oorzaken.
Cultuur als factor: wanneer het wél en níet telt
Cultuur speelt een rol in femicide — maar niet op de manier die vaak wordt beweerd. Er zijn twee fundamenteel verschillende patronen: reguliere partnerdoding is vrijwel universeel verdeeld over alle groepen, terwijl eergerelateerd geweld duidelijk geconcentreerd is in specifieke gemeenschappen. De globale vergelijking maakt de culturele dimensie zichtbaar: samenlevingen met sterkere patriarchale normen kennen dramatisch hogere femicidecijfers.
Femicidecijfers per regio (UNODC 2023)
Afrika heeft een femicidecijfer dat vijf keer zo hoog is als Europa. Turkije staat op 3,7 keer het Nederlandse niveau. Dit weerspiegelt structurele gendernormen, niet afzonderlijke daders.
Twee patronen: partnerdoding vs. eerwraak
Reguliere partnerdoding: ~67% van de daders is in Nederland geboren (Dutch Homicide Monitor, Leiden Universiteit). Eerwraak: een aparte, duidelijk cultureel geconcentreerde categorie — 619 geregistreerde gevallen in 2023, waarvan 4 fataal.
Reguliere partnerdoding (~22 vrouwen/jaar in NL) treft alle groepen — twee derde van de daders is in Nederland geboren,
één derde niet. Dat is enige oververtegenwoordiging, maar ver van een cultureel patroon.
Eerwraak (4 fatale gevallen in 2023) is structureel anders: uitgevoerd door familie of gemeenschap als collectieve handhaving van
eer-en-schaamtenormen. Geconcentreerd in Syrische (~25%), Turkse, Marokkaanse en Afghaanse gemeenschappen.
Experts (waaronder Janine Janssen, LEC EGG) benadrukken: de drijvende kracht is tribale sociale structuur, niet islam specifiek —
eerwraak komt ook voor in hindoe- en sikgemeenschappen.
Zweedse Brå-data (2024) bevestigt dit globaal: oververtegenwoordiging van mensen met migratieachtergrond in moordstatistieken is
geconcentreerd in crimineel milieu-geweld, niet in partnermoord of familiemoord.
Factcheck: "140 mannen per dag vermoord door partner"
Het getal 140 bestaat niet voor mannen
Dit getal circuleert op sociale media, maar het klopt niet. Het getal 140 per dag is het officiële UNODC/VN-cijfer uit het rapport Femicides in 2023 (november 2024). Het verwijst naar vrouwen en meisjes die worden gedood door een intieme partner of familielid. De geslachten zijn omgedraaid.
Het werkelijke aantal mannen dat per dag door een intieme partner wordt gedood: 64-70 per dag (Lancet systematic review: 6,3% van mannelijke moorden). Inclusief familie: ~112-116 per dag (UNODC: 11% van alle mannelijke moorden).
Het mannelijke getal is reëel en verdient aandacht. Maar het is ruwweg de helft van 140, niet 140. Iemand heeft de geslachten omgedraaid.
Wat zeggen de cijfers werkelijk?
Niet-dodelijk huiselijk geweld is in westerse landen vrijwel gendersymmetrisch: 40% van de slachtoffers in NL is man.
Het ideologische kader dat partnergeweld uitsluitend beschrijft als mannelijk geweld tegen vrouwen
wordt direct weerlegd door de oriëntatiedata: lesbische koppels vertonen
meer geweld dan homoseksuele mannenkoppels.
De asymmetrie in dodelijk geweld is reëel, maar wordt verklaard door fysieke krachtsongelijkheid, niet door vrouwenhaat.
Cultuur speelt een rol — maar alleen in specifieke subcategorieën. Reguliere partnerdoding treft alle groepen bijna gelijkmatig.
Eerwraak is duidelijk cultureel geconcentreerd, maar betreft 4 fatale gevallen per jaar in Nederland — niet de dominante categorie.
Mondiale vergelijking laat zien dat samenlevingen met sterkere patriarchale normen systematisch hogere femicidecijfers kennen.
De cijfers vragen om nuance. Geen agenda.